Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de toekenning van een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 42,23%, stellende volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn. Het UWV heeft het bezwaar gegrond verklaard en het percentage aangepast naar 37,08%. De rechtbank heeft het beroep op 1 juli 2025 behandeld en beoordeelt of deze vaststelling juist is.
De medische beoordeling is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van het UWV, die eiser hebben onderzocht en medische informatie van behandelaars hebben betrokken. De beperkingen zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 8 juli 2024. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen niet zijn onderschat. Eiser heeft geen aanvullende medische informatie overgelegd die tot een ander oordeel zou leiden.
De arbeidsdeskundige b&b heeft passende functies geselecteerd voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank volgt het standpunt van het UWV dat de mate van arbeidsongeschiktheid 37,08% bedraagt. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige afgewezen en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
De rechtbank overweegt tevens dat de verlaging van het arbeidsongeschiktheidspercentage geen strijd oplevert met het verbod op reformatio in peius, omdat dit geen nadelige wijziging in de uitkering tot gevolg heeft en het UWV bevoegd is om de uitkering te herzien. De uitspraak is gedaan door rechter J.E.C. Vriends op 8 augustus 2025 en openbaar gemaakt.