ECLI:NL:RBZWB:2025:536
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning verbouwing beeldbepalend pand in beschermd stadsgezicht
Verzoekster maakte bezwaar tegen de omgevingsvergunning die aan [b.v.] was verleend voor de verbouwing van een café/woning tot een appartementencomplex op twee percelen in een beschermd stadsgezicht. Het college had de vergunning verleend ondanks dat de goothoogte van het bouwplan de bestaande maximale goothoogte overschreed.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college de planregels onjuist had uitgelegd. Artikel 23.2 van het bestemmingsplan bepaalt dat bij beeldbepalende panden de bestaande goothoogte de maximale toegestane hoogte is, tenzij een hogere goothoogte op de voorschriftenkaart is vermeld. Omdat op de kaart geen goothoogte stond aangegeven, geldt de bestaande hoogte van circa 6,8 meter als maximum.
Het college had ten onrechte een hogere goothoogte toegestaan en daarmee de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid onjuist toegepast. De vergunning is daarom niet op goede gronden verleend. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt het college op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het betaalde griffierecht wordt aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.