Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de weigering van een WIA-uitkering van 9 september 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden ondanks ingebrekestelling op 1 april 2025.
Het UWV gaf aan dat beperkte capaciteit van verzekeringsartsen en grote werkvoorraden de vertraging veroorzaken, en dat binnen enkele maanden geen beslissing verwacht kan worden. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om een zorgvuldige heroverweging mogelijk te maken, en legt deze termijn op.
Daarnaast wordt het UWV een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij verdere overschrijding, met een maximum van €15.000. Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, en het UWV verplicht het griffierecht en proceskosten van €453,50 aan eiseres te vergoeden.