Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
“wraak op hem te nemen”,zodra hij aangever zou tegenkomen. Vervolgens heeft verdachte dit mes twee dagen lang in een tas bij zich gedragen. Gedurende deze periode had verdachte ruim de gelegenheid om zich te beraden op het door hem genomen besluit om aangever te steken met het mes en na te denken over de mogelijke gevolgen. Gezien zijn handelen op
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
€ 105,00 toewijsbaar voor het trainingspak en € 134,00 voor de schoenen. De door de benadeelde partij gevorderde vergoeding voor de koptelefoon van € 99,00 en voor de reiskosten van € 7,29 wijst de rechtbank volledig toe.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
primairtenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
een gevangenisstraf van 660 dagen, waarvan 160 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden: