Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaren tegen de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering en de weigering van een WIA-uitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling door eiser.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen vier maanden moet beslissen op de bezwaren, een langere termijn dan de standaard twee weken vanwege het belang van zorgvuldigheid en het tekort aan verzekeringsartsen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag overschrijding, met een maximum van €15.000.
Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 augustus 2025.