De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 12 augustus 2025 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte, die samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd met het oog op de invoer van 700 kilogram cocaïne. Tevens is verdachte veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen van een bedrag van €2.600.000.
De ontnemingsvordering is gebaseerd op chatgesprekken tussen verdachte en zijn broer, waaruit blijkt dat zij gezamenlijk beschikten over een gemeenschappelijke pot contant geld. De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op €3.395.400, dat pondspondsgewijs is verdeeld, zodat het bedrag dat aan verdachte wordt toegerekend €1.697.700 bedraagt.
De verdediging voerde aan dat de berekening slechts op chatberichten was gebaseerd zonder aanvullend bewijs, maar de rechtbank oordeelde dat de bewijsmiddelen en zorgvuldige toetsing voldoende aannemelijkheid boden. Er is geen draagkrachtverweer gevoerd en geen reden tot matiging van het ontnemingsbedrag. De rechtbank legde verdachte de verplichting op tot betaling van €1.697.700 aan de staat en stelde een gijzelingstermijn van 1080 dagen vast voor het geval van niet-betaling.