De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 31 juli 2025 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de tbs-maatregel van een veroordeelde die sinds 2012 tbs onderging na een veroordeling voor doodslag en mishandeling. De tbs was eerder voorwaardelijk beëindigd en recentelijk verlengd.
De reclassering en een externe psycholoog adviseerden beiden onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel, onderbouwd met een laag recidiverisico en een stabiele situatie van de veroordeelde. De veroordeelde heeft een stabiel leven opgebouwd, is 2,5 jaar clean, en onderhoudt vrijwillig contact met hulpverlening.
De officier van justitie wijzigde haar standpunt en vroeg de rechtbank de verlenging af te wijzen. De verdediging benadrukte de positieve ontwikkelingen en het goede vangnet rondom de veroordeelde.
De rechtbank concludeerde dat het gevaarscriterium voor verlenging niet meer aanwezig is, gezien de afgenomen stoornismanifestaties en het ontbreken van terugval in middelengebruik. De vordering tot verlenging van de tbs werd dan ook afgewezen.