Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen de toekenning van een WIA-uitkering van 17 september 2024.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV op 23 mei 2025 in gebreke heeft gesteld. Na het verstrijken van twee weken zonder besluit is het beroep kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank legt het UWV op binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Deze termijn is verlengd ten opzichte van de standaard twee weken vanwege de beperkte capaciteit van verzekeringsartsen en de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging.
Daarnaast wordt het UWV een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij verdere overschrijding, met een maximum van €15.000. Het UWV moet ook het griffierecht en proceskosten van €453,50 aan eiser vergoeden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 14 augustus 2025 door rechter I.M. Josten.