De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 augustus 2025 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van zes feiten, waaronder diefstal van een flesje water, vernieling van verkeersborden, diefstal van een buitensensor, vernieling van ruiten, het wederrechtelijk binnendringen van een lokaal en diefstal met braak van een fooienpot.
De rechtbank achtte alle feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van onder meer camerabeelden, aangiften, bekennende verklaringen en DNA-onderzoek. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd. De rechtbank hield rekening met de eerdere strafrechtelijke geschiedenis van verdachte, zijn verstandelijke beperking en verslavingsproblematiek.
De reclassering adviseerde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel omdat ambulante begeleiding onvoldoende bleek en verdachte niet gemotiveerd was om abstinent te worden. De rechtbank volgde dit advies en legde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar op zonder aftrek van voorarrest. Voor het feit van lokaalvredebreuk werd toepassing gegeven aan artikel 9a Sr. Het in beslag genomen hennep werd aan het verkeer onttrokken.