ECLI:NL:RBZWB:2025:5459
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geheimhouding van persoonsgegevens in belastingzaak toegewezen door rechtbank
De inspecteur van de belastingdienst heeft een verzoek ingediend tot beperkte geheimhouding van bepaalde passages in bijlagen behorende bij een belastingzaak. Deze passages bevatten namen van medewerkers en vertrouwelijke uitlatingen die niet relevant zijn voor het inhoudelijke geschil.
Belanghebbende verzette zich tegen de geheimhouding en verzocht om volledige inzage. De geheimhoudingskamer besloot echter dat een mondelinge behandeling niet nodig was en beoordeelde het verzoek schriftelijk.
Op grond van artikel 8:29 van Pro de Awb werd een afweging gemaakt tussen het belang van belanghebbende bij inzage en de privacybelangen van derden. De rechtbank oordeelde dat de privacy en bescherming van persoonlijke levenssfeer zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij kennisneming van de zwartgelakte passages.
Daarom werd het verzoek om geheimhouding van deze passages in bijlagen 21 tot en met 24 toegewezen. Tegen deze beslissing kan alleen hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding van zwartgelakte passages is toegewezen vanwege privacybescherming van derden.