ECLI:NL:RBZWB:2025:5460
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beslissing geheimhouding passages in belastingzaak wegens privacybelangen
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur een verzoek ingediend om beperkte geheimhouding toe te passen op bepaalde passages in bijlagen bij het verweerschrift. Deze passages bevatten namen van medewerkers van bedrijven betrokken bij derdenonderzoeken en informatie die herleidbaar is tot de informanten.
Belanghebbende verzette zich tegen deze geheimhouding en verzocht om volledige inzage. De geheimhoudingskamer besloot echter dat een mondelinge behandeling niet nodig was gezien de aard van de procedure. De beoordeling vond plaats aan de hand van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij geheimhouding alleen wordt toegestaan als de belangen van de verzoeker zwaarder wegen dan het belang van de wederpartij bij inzage.
De rechtbank oordeelde dat de privacybelangen van de genoemde derden en de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij volledige kennisneming. Daarom is het verzoek om geheimhouding van de zwartgelakte passages in de bijlagen 22, 23 en 24 gerechtvaardigd en toegewezen.
Tegen deze beslissing kan alleen hoger beroep worden ingesteld gelijktijdig met het hoger beroep tegen de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek om geheimhouding van zwartgelakte passages in belastingstukken wordt toegewezen vanwege privacybelangen.