ECLI:NL:RBZWB:2025:5493
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Voorn
- Rechtspraak.nl
Vrouw niet-ontvankelijk in verzoek tot wijziging contactregeling minderjarige kinderen
De vrouw vordert in kort geding de voorlopige opschorting van het contact tussen de man en hun twee minderjarige kinderen, dan wel een wijziging van de zorgregeling waarbij het contact niet langer in aanwezigheid van de partner van de man plaatsvindt. Zij stelt dat de emotionele en sociale veiligheid van de kinderen in het geding is vanwege het gedrag van de partner van de man, die volgens haar instabiel is en mogelijk borderline heeft.
De man verklaart dat de contactmomenten inmiddels plaatsvinden in de woning van zijn stiefvader, zonder aanwezigheid van zijn partner, en dat hij alleen met de kinderen is. De voorzieningenrechter constateert dat de man al maatregelen heeft genomen die tegemoetkomen aan de zorgen van de vrouw.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw onvoldoende concreet heeft gemaakt dat er een acuut gevaar voor de veiligheid van de minderjarigen bestaat. De enkele stelling dat de emotionele en sociale veiligheid in het geding is, gebaseerd op verhalen van derden, is onvoldoende om een spoedeisend belang aan te nemen.
Daarom wordt de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen. De voorzieningenrechter benadrukt het belang van voortdurende communicatie tussen de ouders over het welzijn van de kinderen en verwacht dat zij onderling afspraken maken over de rol van de partner van de man in het leven van de minderjarigen.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen wegens ontbreken van spoedeisend belang.