Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de partner van betrokkene;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft sinds 27 juni 2025 onder een crisismaatregel in een ggz-instelling. De officier van justitie verzoekt om verlenging van deze maatregel voor drie weken vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstige psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de zitting op 3 juli 2025, gehouden met gesloten deuren, zijn betrokkene, haar advocaat, de partner, een psychiater en een verpleegkundige gehoord. Betrokkene gaf aan dat ze nog niet op het gewenste herstelpunt is, maar wel vooruitgang boekt. De psychiater en verpleegkundige bevestigden dat de situatie wisselend is en dat verplichte zorg noodzakelijk blijft.
De rechtbank concludeert dat betrokkene zich verzet tegen zorg en medicatie weigert, waardoor er geen sprake is van bestendige vrijwilligheid. Gezien het ernstige risico op psychisch nadeel en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, wordt de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor drie weken, tot en met 24 juli 2025.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot en met 24 juli 2025.