ECLI:NL:RBZWB:2025:5521
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning in Goirle
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning in Goirle waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2022 is vastgesteld op €547.000. Tegen deze vaststelling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwt de waarde met een taxatiematrix gebaseerd op vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen, waarvan twee als voldoende vergelijkbaar worden beschouwd. Belanghebbende betwist de vergelijkbaarheid van deze woningen en stelt een lagere waarde van €471.000 voor.
De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar adequaat rekening heeft gehouden met verschillen in bouwjaar, type, oppervlakte en onderhoud. De door belanghebbende aangedragen woningen zijn niet beter vergelijkbaar en onvoldoende onderbouwd. Ook de stelling dat de ligging nabij een drukke weg waardedrukkend werkt, faalt omdat de referentiewoningen in vergelijkbare ligging zijn gelegen.
Daarom is de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld en blijft deze gehandhaafd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerendezaakbelasting blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €547.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.