ECLI:NL:RBZWB:2025:5530
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring te laat ingediend beroep toeslagen
Opposant maakte bezwaar tegen voorschot- en definitieve berekeningen van huur- en zorgtoeslag over 2019 en 2020, maar diende dit bezwaar te laat in. De Dienst Toeslagen verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde opposant beroep in, dat de rechtbank op 11 februari 2025 niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Opposant stelde vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat hij niet gehoord was en bijzondere omstandigheden had die het te laat indienen rechtvaardigden. De rechtbank behandelde het verzet op 22 juli 2025 en oordeelde dat de eerdere uitspraak terecht was omdat het beroep duidelijk te laat was ingediend en er geen bijzondere omstandigheden waren die dit konden rechtvaardigen.
De rechtbank wees erop dat zij zonder zitting mocht beslissen als het oordeel buiten redelijke twijfel stond en dat het feit dat opposant zich niet gehoord voelde geen reden was om de uitspraak te herzien. Het verzet werd ongegrond verklaard, waarmee de niet-ontvankelijkverklaring definitief bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het te laat ingediende beroep wordt ongegrond verklaard.