ECLI:NL:RBZWB:2025:5532

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 augustus 2025
Publicatiedatum
18 augustus 2025
Zaaknummer
BRE 25/3005
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6.2 lid 1 Wet hersteloperatie toeslagen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen toeslagencompensatie

Eiseres heeft bij de Dienst Toeslagen een aanvraag ingediend voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade op 2 oktober 2024. Zij stelde de Dienst Toeslagen op 9 mei 2025 in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing. De beslistermijn was echter verlengd tot 16 september 2025, waardoor de ingebrekestelling te vroeg was gedaan.

De rechtbank overweegt dat een ingebrekestelling pas kan leiden tot ontvankelijkheid van een beroep als deze na het verstrijken van de beslistermijn wordt gedaan. Omdat de ingebrekestelling van eiseres te vroeg was, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordelen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 15 augustus 2025. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Deze procedure betreft bestuursrechtelijk beroep tegen het niet tijdig beslissen door een bestuursorgaan, waarbij de formele regels omtrent ingebrekestelling en ontvankelijkheid centraal stonden.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3005

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2025 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek (aanvraag) van 2 oktober 2024 om aanvullende compensatie voor de werkelijke schade.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
3. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigt de beslistermijn op 16 september 2025. Verweerder heeft de beslistermijn namelijk met de brief van 10 februari 2025 met 6 maanden verlengd. [2] Eiseres heeft verweerder op 9 mei 2025 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken.
3.1
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van M. Choyoua, griffier, op 15 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Dit is mogelijk op grond van artikel 6.2 lid 1 Wet hersteloperatie toeslagen.