Eiseres, werkzaam als call agent, viel op 3 maart 2021 uit wegens zwangerschapsgerelateerde klachten en ontving van 14 mei tot 5 september 2021 een WAZO-uitkering. Na de bevalling bleef zij klachten houden en meldde zich op 6 september 2021 opnieuw ziek. Het UWV weigerde een WIA-uitkering per 25 juni 2023 toe te kennen, stellende dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Eiseres betwistte de vastgestelde datum van arbeidsongeschiktheid en stelde dat haar ziekmelding na de WAZO-uitkering een andere oorzaak had dan daarvoor, met name een traumatische derde zwangerschap. De rechtbank oordeelde echter dat er sprake is van een samengestelde wachttijd en dat de psychische en fysieke klachten zowel voor als na de WAZO-uitkering aanwezig waren, wat werd bevestigd door medische rapporten.
De rechtbank concludeerde dat het UWV de datum in geding juist heeft vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Hierdoor verandert er niets voor eiseres en zij krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 14 augustus 2025.