ECLI:NL:RBZWB:2025:5561
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Veere
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €321.000 per 1 januari 2023, en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Veere. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep heeft behandeld.
De rechtbank toetst of de waarde van de woning en daarmee de aanslag OZB niet te hoog zijn vastgesteld. De waarde is bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in dezelfde plaats met vergelijkbare kenmerken zijn gebruikt. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is, onder meer door een taxatiematrix met correcties op KOUDV-factoren en een volledige grondwaardering van het perceel.
Belanghebbende heeft geen concrete alternatieve waarde gesteld en de vergelijkbaarheid van referentiewoningen niet bestreden. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan en dat de waarde van €321.000 terecht is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waarmee de beschikking en aanslag in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.