ECLI:NL:RBZWB:2025:5575
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Van der Lende - Mulder Smit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging termijn beneficiaire aanvaarding nalatenschap wegens te late indiening
De bewindvoerder van een erfgenaam heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek ingediend om de termijn voor het afleggen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding of verwerping van een nalatenschap te verlengen. Deze termijn is wettelijk vastgesteld op drie maanden na het overlijden van de erflater. De nalatenschap is toegekomen op de datum van overlijden van de erflater in 2025.
De rechtbank constateert dat het verzoekschrift pas op 13 juni 2025 ter griffie is ontvangen, terwijl de termijn op 12 juni 2025 zou zijn verstreken. Hierdoor is het verzoek om verlenging te laat ingediend. De bewindvoerder heeft dit betwist, maar heeft geen mondelinge behandeling aangevraagd om haar standpunt nader toe te lichten.
De rechtbank wijst het verzoek af en stelt dat de nalatenschap als beneficiair aanvaard geldt volgens artikel 4:193 lid 2 BW Pro. Dit betekent dat de erfgenamen verplicht zijn de nalatenschap te vereffenen volgens de wet, waarbij de bewindvoerder namens de erfgenaam optreedt als vereffenaar. De rechtbank verwijst naar de wettelijke bepalingen en richtlijnen voor de vereffening van nalatenschappen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de termijn voor beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap is afgewezen wegens te late indiening, waardoor de nalatenschap als beneficiair aanvaard geldt.