ECLI:NL:RBZWB:2025:5578
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Weerkamp
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding termijn zorgmachtiging Wvggz
Verzoeker ontving op 6 maart 2025 bericht dat de officier van justitie een zorgmachtiging voor hem voorbereidde. Volgens artikel 5:16 Wvggz Pro moest de officier binnen vier weken na deze aankondiging meedelen of aan de criteria voor verplichte zorg was voldaan en zo ja, onverwijld het verzoekschrift indienen bij de rechtbank. Dit had uiterlijk op 3 april 2025 moeten gebeuren, maar het verzoekschrift werd pas op 18 april 2025 ingediend, een overschrijding van vijftien dagen.
Verzoeker stelde dat deze overschrijding hem schade had berokkend in de vorm van spanningen en frustraties door onzekerheid over de zorgmachtiging. De officier van justitie verzette zich niet tegen het verzoek om schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding aannemelijk schade had veroorzaakt en kende een schadevergoeding toe van €10 per dag, totaal €150.
De beschikking werd schriftelijk afgedaan omdat beide partijen geen behoefte hadden aan een mondelinge behandeling. De rechtbank veroordeelde de Staat, vertegenwoordigd door de officier van justitie, tot betaling van deze schadevergoeding en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van €150 schadevergoeding wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het indienen van een zorgmachtiging.