Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 augustus 2025 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [plaats 1], verzoekster
[derde-partij] B.V., uit [plaats 2].
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een zonneweide en een energie-opslagsysteem. Tevens verzocht zij om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting.
De rechtbank stelde verzoekster in de gelegenheid het griffierecht van € 385,- binnen twee weken te betalen, na toezending van een aangetekende brief. Deze brief is op 12 juni 2025 afgehaald, maar betaling bleef uit. Een tweede aanmaning per gewone post leidde eveneens niet tot betaling. Verzoekster gaf geen verontschuldiging voor het niet betalen van het griffierecht.
Gelet hierop verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het verzoek niet inhoudelijk is beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 20 augustus 2025 door de voorzieningenrechter R.P. Broeders en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.