ECLI:NL:RBZWB:2025:56
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres te Tilburg, met een waardepeildatum van 1 januari 2022, vastgesteld op €486.000. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023, die samenhangt met de WOZ-waarde. De rechtbank behandelde het beroep op 4 december 2024 en beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld.
De heffingsambtenaar baseerde de waardebepaling op een taxatiematrix met vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de buurt en van vergelijkbare kenmerken werden gebruikt. Correcties voor verschillen in voorzieningen, onderhoud en kwaliteit werden toegepast, waaronder een aftrek van €25.060 voor een gedateerde keuken. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was vanwege de verouderde keuken, matige onderhoudstoestand en laag duurzaamheidsniveau.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met deze factoren en dat de gebruikte referentiewoningen passend waren. De bewering dat de geïndexeerde verkoopprijzen van referentiewoningen niet hoger mochten zijn dan hun WOZ-waarden werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €486.000 blijft gehandhaafd.