De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2007, die kampt met een licht verstandelijke beperking en ernstige ontwikkelingsbedreigingen.
De minderjarige verblijft sinds juni 2025 in een trainingshuis, waar hij ondersteuning krijgt van een hulpverleningsinstantie om zijn motivatie voor het traject te behouden. Zowel de minderjarige als zijn moeder staan achter het verlengingsverzoek en erkennen de noodzaak van het verblijf buiten huis vanwege de problematiek en eerdere conflicten.
De kinderrechter stelt vast dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat voortzetting van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk is. Er wordt een duidelijk plan verlangd voor het geval het traject mislukt, inclusief mogelijke gesloten plaatsing.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden door belanghebbenden in hoger beroep worden aangevochten.