ECLI:NL:RBZWB:2025:5611
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Toekoen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige toewijzing van minderjarige aan vader met schorsing onderhoudsbijdrage
In deze kortgedingprocedure vordert de vader de voorlopige toewijzing van zijn minderjarige kind aan hem toe te vertrouwen, met schorsing van de onderhoudsbijdrage aan de moeder zolang het kind bij hem verblijft. De moeder stemt schriftelijk in met deze vorderingen, hoewel zij niet aanwezig was bij de mondelinge behandeling. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd en benadrukt de complexiteit vanwege wisselingen van de minderjarige tussen partijen, wat stabiliteit en voorspelbaarheid belemmert.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er reeds een voorlopige afspraak bestond over de toevertrouwing aan de vader, maar dat nu een formele rechterlijke beslissing mogelijk is. Gezien de instemming van de moeder en het advies van de Raad wordt de vordering toegewezen. Tevens wordt de werking van de onderhoudsbijdragebeschikking geschorst zolang de minderjarige aan de vader is toevertrouwd.
De rechtbank benadrukt het belang van het hulpverleningstraject dat partijen via Sterk Huis zijn aangegaan en verwacht dat partijen de voortgang hiervan in de bodemprocedure zullen rapporteren. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De minderjarige wordt voorlopig aan de vader toevertrouwd en de onderhoudsbijdrage wordt geschorst zolang het kind bij hem verblijft.