De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2025, vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door de psychische toestand van de moeder. De minderjarige is geplaatst bij haar oma moederszijde, waar ook haar broers en zus wonen.
De moeder kampt met schizofrenie en psychoses en is herstellende van een periode met psychotisch gedrag en middelengebruik. Vrijwillige hulpverlening werd aanvankelijk geweigerd, maar de moeder werkt inmiddels mee aan haar herstel en staat open voor hulp van de gecertificeerde instelling (GI). De GI ondersteunt de moeder met een traject 'goed genoeg ouderschap' en observeert haar zorg voor de minderjarige.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn vervuld. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor vijf maanden, waarbij de GI de opbouw van contact tussen moeder en kind in dagdelen zal begeleiden. De moeder wordt geprezen voor haar inzet en herstel, maar het is noodzakelijk dat zij in behandeling blijft bij de GGZ en open blijft staan voor hulp. De beschikking is direct uitvoerbaar en hoger beroep is mogelijk.