ECLI:NL:RBZWB:2025:5633
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid na bezwaar
Eiser, voormalig heftruckchauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege langdurige klachten van een hernia. Het UWV kende hem aanvankelijk een uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 43,27%. Na een vervolguitkering en bezwaar wijzigde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid naar 45 tot 55%, wat eiser aanvocht.
De rechtbank beoordeelde het medisch dossier, inclusief rapportages van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige van het UWV. De artsen concludeerden dat eiser blijvend arbeidsongeschikt is voor zwaar werk, maar lichte, stressarme functies mogelijk zijn. Psychische klachten werden als mild beoordeeld en sociale problemen niet als ziekte.
Eiser stelde dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegenomen, met name op het gebied van aandacht en zitten. De rechtbank vond echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een juiste weergave van zijn belastbaarheid gaf. Een verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
De arbeidsdeskundige legde passende functies ten grondslag aan de berekening van de arbeidsongeschiktheid, die op 45,49% werd vastgesteld. Eiser bracht hiertegen geen inhoudelijke gronden naar voren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en kende geen proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 45,49% arbeidsongeschiktheid bevestigd.