Eiser heeft bewezen dat partijen een volledige renovatie van de schoorsteen zijn overeengekomen, waarbij alle voegen en het lood zouden worden vervangen. Dit is aangetoond met getuigenverklaringen van eiser en zijn echtgenote, die onbetwist bleven door gedaagde.
Gedaagde heeft slechts een niet-onder-eed afgelegde verklaring overgelegd die onvoldoende tegenbewijs vormt. De rechtbank stelt vast dat gedaagde niet de volledige renovatie heeft uitgevoerd, wat een tekortkoming is die ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt.
Eiser heeft meerdere keren verzocht om herstel, een ingebrekestelling gestuurd en gedaagde is daardoor in verzuim geraakt. De rechtbank wijst de vorderingen van eiser tot ontbinding en terugbetaling van de aanneemsom van € 2.000 toe, inclusief wettelijke rente vanaf 17 augustus 2024.
Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van € 300 toegewezen en gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 1.102,83. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.