ECLI:NL:RBZWB:2025:567

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
5 februari 2025
Zaaknummer
BRE 24/2863
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep naheffingsaanslag BPM

Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM). De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.

Belanghebbende stelde in verzet dat hij redelijkerwijs niet in verzuim was vanwege persoonlijke omstandigheden en maatregelen rondom postbehandeling. De rechtbank achtte de verwijtbaarheid gering en vond dat het niet-ontvankelijk verklaren onterecht was.

De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en bepaalde dat het onderzoek wordt hervat. Belanghebbende krijgt de gelegenheid het griffierecht alsnog te voldoen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het beroep wordt ontvankelijk verklaard, met hervatting van het onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/2863

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2025 op het verzet van

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 september 2024 in het geding tussen
belanghebbende
en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 16 september 2024 waarin de rechtbank het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk heeft verklaard.
1.1.
De rechtbank heeft het verzet op 22 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, bijgestaan door [naam].

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 16 september 2024 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel [1] is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het beroep van belanghebbende
4. Het beroep van belanghebbende ging over de naheffingsaanslag in de belastingheffing van personenauto’s en motorrijwielen met [aanslagnummer].
De uitspraak van 16 september 2024
5. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat belanghebbende niet binnen de gestelde termijn het verschuldigde griffierecht van € 187,- heeft betaald.
Beoordeling van het verzet
6. Belanghebbende heeft in zijn verzetsgronden en ter zitting een nadere toelichting gegeven waarom hij van mening is dat hij redelijkerwijs niet in verzuim is bij het betalen van het griffierecht. Gelet op de geschetste persoonlijke omstandigheden en de door belanghebbende getroffen maatregelen ten aanzien van zijn postbehandeling, ondersteund door de geloofwaardige verklaringen ter zitting van belanghebbende en [naam], acht de rechtbank dat er sprake is van slechts geringe verwijtbaarheid aan de zijde van belanghebbende. De rechtbank weegt verder mee dat in dit geval sprake is van een tweepartijengeschil. Alles afwegende kan volgens de rechtbank met inachtneming van deze nieuwe omstandigheden redelijkerwijs niet geoordeeld worden dat belanghebbende in verzuim is geweest.
7. De verzetsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

8. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 16 september 2024 vervalt en het onderzoek wordt hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittingsuitspraak werd gedaan. Dit zal tevens inhouden dat belanghebbende opnieuw in de gelegenheid wordt gesteld om het voor de behandeling van beroep verschuldigde griffierecht te voldoen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat thans geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 5 februari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).