ECLI:NL:RBZWB:2025:5678

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
11189354 MB VERZ 24-523
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens ontbreken staandehouding

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vervoeren van een passagier jonger dan 12 jaar zonder kinderbeveiligingssysteem. Betrokkene stelde dat de boete niet redelijk was, onder meer omdat het kind op de achterbank zat en de afstand beperkt was.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 3 juli 2025 werd vastgesteld dat de verbalisant wel een staandehouding had verricht volgens het zaaksoverzicht, maar in correspondentie met betrokkene werd aangegeven dat dit niet was gebeurd.

De kantonrechter oordeelde dat er wel een reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden, maar dat dit ten onrechte niet was gedaan. Hierdoor was de boete onterecht aan de kentekenhouder opgelegd. De beslissing en boete werden vernietigd en het betaalde bedrag van €229 werd terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens het ontbreken van een juiste staandehouding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11189354 \ MB VERZ 24-523
CJIB-nummer : 1062 5422 5372 3629
uitspraakdatum : 3 juli 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: passagier jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren zonder gebruik kinderbeveiligingssysteem op de Burg. Freijterslaan te Roosendaal op 10 november 2022 om 10:27 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Van de hoofdregel “ Vervoer van kinderen in Nederland” kan in incidentele gevallen worden afgeweken. Namelijk wanneer niet redelijkerwijs verwacht kan worden dat de bestuurder een kinderbeveiligingssysteem bij zich heeft. Het kind word dan vervoerd op de achterbank. In dit geval zaten zowel de vrouw van betrokkene als hun kleinzoon in de gordels op de achterbank. Tot slot ging het om vervoer van beperkte afstand.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat er ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden.

Overwegingen

Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaaksoverzicht heeft de verbalisant een staandehouding verricht, maar dan wordt in een brief aan betrokkene opgemerkt dat dit niet is gebeurd. Meneer had opnieuw achter betrokkene aan moeten rijden om te zien of er wel of geen beveiliging was aangebracht. Verbalisant heeft dan ook ten onrechte geen staandehouding verricht terwijl hier wel een reële mogelijkheid toe was.
De boete is dan ook ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder.
De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 229,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. J.T. Jonker, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: