ECLI:NL:RBZWB:2025:5680

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
11189286 MB VERZ 24-517
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen verkeersboete wegens vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Vosdonk te Etten-Leur op 23 september 2022 om 08:38 uur. Betrokkene stelde dat hij stilstond voor een rood stoplicht toen hij de telefoon opnam en deze daarna in een houder plaatste. Daarnaast betwijfelde hij de betrouwbaarheid van de verklaring van de verbalisant.

De verbalisant verklaarde dat betrokkene al rijdend met een mobiel apparaat in de rechterhand werd gezien, maar het aanvullend proces-verbaal was summier. De kantonrechter vond de verklaring van betrokkene ter zitting geloofwaardig en oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

De officier van justitie had het beroep ongegrond verklaard, maar de kantonrechter vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie. Het bedrag van €234,- dat betrokkene als zekerheid had betaald, moet worden terugbetaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en verkeersboete vernietigd wegens onvoldoende bewijs vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11189286 \ MB VERZ 24-517
CJIB-nummer : 4062 5422 5260 1957
uitspraakdatum : 3 juli 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[naam]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Vosdonk te Etten-Leur op 23 september 2022 om 08:38 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat hij voor een rood stoplicht stilstond toen hij werd gebeld door een collega. Betrokkene heeft de telefoon opgenomen en vervolgens in een telefoonhouder geplaatst. Daarnaast twijfelt betrokkene aan de betrouwbaarheid van de verklaring van de verbalisant. De verbalisant gaf bij staandehouding aan dat zijn collega betrokkene al rijdend met een telefoon in zijn rechterhand heeft zien vasthouden. Betrokkene heeft vervolgens gevraagd of de betreffende verbalisant betrokkene óók met een mobiel elektronisch apparaat heeft zien rijden, maar hier kwam geen reactie op. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat wat verbalisant heeft aangevoerd in het aanvullend proces-verbaal niet klopt. Betrokkene en verbalisant zijn elkaar namelijk tegemoetgekomen en niet gepasseerd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft in het aanvullend proces-verbaal verklaard dat hij samen met een collega de gedraging heeft waargenomen. Betrokkene heeft al rijdend een mobiel elektronisch apparaat vastgehouden. Er bestaat geen aanleiding om aan de verklaring van verbalisant te twijfelen. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de sanctie met 25% gematigd dient te worden.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het aanvullend proces-verbaal summier is en weinig aanvullende informatie bevat. De stelligheid en verklaring ter zitting van betrokkene is voldoende geloofwaardig. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. J.T. Jonker, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: