Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 29 april 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter nadat het eerste beroep ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. De verbalisant had afgezien van staandehouding omdat hij na een nachtdienst in burger gekleed was en onderweg naar huis. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat dit geen gegronde reden was en dat de boete ten onrechte op kenteken was opgelegd zonder vaststelling van de identiteit van de bestuurder.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel de gedraging (doorrijden bij rood) vaststond, de verbalisant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat staandehouding onmogelijk was. Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de verbalisant de bestuurder staande houden tenzij er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De kantonrechter vernietigde daarom de boete en veroordeelde de officier van justitie tot terugbetaling van de zekerheidstelling en vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.