ECLI:NL:RBZWB:2025:5683

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
11189176 MB VERZ 24-513
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete voor stilstand op vluchtstrook zonder noodgeval

Betrokkene kreeg een boete voor het stilstaan op de vluchtstrook van de A16 zonder noodgeval. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was vanwege het ontbreken van een gedetailleerde locatieomschrijving, noodzaak tot rusten en volle parkeerplaatsen. De rechtbank oordeelde dat de locatieomschrijving onvoldoende was, maar dat de gedraging wel vaststond.

Betrokkene stelde het beroep te laat in, maar de rechtbank vond bijzondere omstandigheden die dit niet aan hem konden worden toegerekend. De rechtbank constateerde een schending van de hoorplicht door de officier van justitie en matigde de boete met 25% vanwege deze schending en nogmaals met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De boete werd gematigd tot € 140,62 plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd tot € 140,62 plus administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer.: 11189176 \ MB VERZ 24-513
CJIB-nummer: 5062 5422 5005 0930
uitspraakdatum: 3 juli 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op de vluchtstrook of vluchthaven van een autosnelweg zonder dat sprake is van een noodgeval op de Zevenbergschen Hoek (A16) op 8 juni 2022 om 07:49 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. In eerste instantie dient opgemerkt te worden dat de plaatsbeschrijving van de overtreding niet blijkt te kloppen. Er ontbreekt een gedetailleerde beschrijving van de pleeglocatie (de vermelding van de hectometerpaal). Daardoor moet geconcludeerd worden dat de opgestelde maatregel niet-ontvankelijk verklaard dient te worden nu de precieze pleeglocatie formeel gezien onbekend is. Betrokkene stond noodgedwongen geparkeerd op de betreffende pleeglocatie. Betrokkene moest namelijk parkeren om verplichte dagelijkse rust te nemen in de zin van nationale en internationale wetgeving. Tijdens de rit heeft betrokkene op verschillende parkeergelegenheden naar een parkeerplek gezocht, maar alle parkeerplaatsen stonden vol. De diensttijd van betrokkene was inmiddels opgebruikt en betrokkene heeft vervolgens op de pechstrook van de snelweg geparkeerd. Betrokkene is een internationale vrachtwagenchauffeur en een grensarbeider uit België, dus bij het nemen van de beslissing om op de pechstrook te parkeren heeft betrokkene zich voornamelijk gebaseerd op internationale wetgeving. Betrokkene stond op een uitzonderlijk breed pechstrook gedeelte die een absoluut veilige parkeerplek garandeerde. Het zicht van andere weggebruikers werd niet belemmerd, er was minstens een meter afstand van passerende voertuigen en de snelheid van overige weggebruikers was op dat stuk redelijk laag. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het beroepschrift te laat is ingediend, omdat betrokkene in België woonachtig is. Hierdoor kan het zijn dat bezorging van post uit Nederland vertraging oploopt.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene had eerder van de weg af moeten gaan om op een veilige plek te gaan staan. Op de vluchtstrook parkeren is gevaarlijk voor zowel betrokkene als overige weggebruikers. Betrokkene is bij de officier van justitie niet gewezen op het recht om gehoord te worden. Vanwege deze schending van de hoorplicht verzoekt de zittingsvertegenwoordiger de boete te matigen met 25%. Voorts is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete nogmaals te matigen met 25%.

Overwegingen

TermijnoverschrijdingBetrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 27 april 2023. Het beroepschrift is echter pas op 4 mei 2023 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
In de uitnodiging voor de zitting is betrokkene erop gewezen dat als het beroep te laat is ingediend en daarvoor geen geldige reden is aangevoerd, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene met wat hierover is aangevoerd aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend.
InhoudelijkDe kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Betrokkene had moeten anticiperen op het feit dat er mogelijk geen parkeerplekken zijn.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 8 juni 2022 en is de redelijke termijn dus met ruim een jaar overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Schending hoorplicht
Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.
De kantonrechter ziet verder reden de boete nogmaals te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 140,62, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,38, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. J.T. Jonker, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: