Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het stilstaan op de vluchtstrook van de A16 zonder noodgeval. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was vanwege het ontbreken van een gedetailleerde locatieomschrijving, noodzaak tot rusten en volle parkeerplaatsen. De rechtbank oordeelde dat de locatieomschrijving onvoldoende was, maar dat de gedraging wel vaststond.
Betrokkene stelde het beroep te laat in, maar de rechtbank vond bijzondere omstandigheden die dit niet aan hem konden worden toegerekend. De rechtbank constateerde een schending van de hoorplicht door de officier van justitie en matigde de boete met 25% vanwege deze schending en nogmaals met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De boete werd gematigd tot € 140,62 plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd tot € 140,62 plus administratiekosten.