Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het rijden links van een doorgetrokken streep op 1 september 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant. Er zijn geen specifieke feiten aangevoerd die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met ruim acht maanden is overschreden, omdat de boete op 12 oktober 2022 werd opgelegd en de uitspraak op 3 juli 2025 plaatsvond.
Door deze termijnoverschrijding wordt de boete met 25% gematigd, waardoor het beroep gedeeltelijk gegrond wordt verklaard. Tevens wordt de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag van €62,50 terug te betalen aan betrokkene. Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding van €226,75 toegekend, berekend op basis van de overschrijding en de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en de boete wordt vastgesteld op €187,50 plus €9 administratiekosten. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd tot €187,50 plus administratiekosten.