ECLI:NL:RBZWB:2025:5688

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
11251208 MB VERZ 24-618
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 8:42 AwbArt. 6:6 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens doorrijden bij rood licht met matiging boete

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 9 juni 2023 te Roosendaal. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij hij ontkende de overtreding te hebben begaan en betwistte dat op de foto’s het voertuig daadwerkelijk het rode licht was gepasseerd.

De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens vermeend ontbreken van een geldige machtiging, maar de rechtbank stelde vast dat een geldige machtiging aanwezig was en vernietigde deze beslissing. De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat omdat uit de foto’s blijkt dat de achterband van het voertuig op de streep stond, waardoor de overtreding voldoende is vastgesteld.

De rechtbank overwoog dat een bestuurder geacht wordt te anticiperen op verkeerslichten en tijdig te stoppen bij geel licht. Betrokkene had onvoldoende geanticipeerd, waardoor het risico werd aanvaard dat het licht rood zou worden tijdens het doorrijden.

De redelijke termijn van twee jaar voor behandeling van de zaak was met ruim een week overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.

De boete werd gematigd tot € 210,- plus € 9 administratiekosten, en de officier van justitie werd opgedragen € 70,- teveel betaalde zekerheid terug te betalen aan betrokkene.

Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer.: 11251208 \ MB VERZ 24-618
CJIB-nummer: 3062 5422 5858 5084
uitspraakdatum: 3 juli 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Burg. Freijterslaan kruising Jan Vermeerlaan richting centrum te Roosendaal op 9 juni 2023 om 22:55 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de officier van justitie het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en de gedraging niet is verricht. Op 24 juli 2023 heeft ondergetekende beroep ingesteld bij de officier van justitie namens betrokkene. Bij dit beroepschrift is een machtiging gevoegd ondertekend door [naam]. Op de overgelegde machtiging staat de naam van betrokkene en zijn handtekening. Het CJIB-nummer op de machtiging komt overeen met het CJIB-nummer op de sanctie. Betrokkene ontkent verder de gedraging en op basis van het zaaksoverzicht en de foto’s kan de gedraging niet worden vastgesteld. Op de foto’s in het dossier is niet te zien dat het voertuig van betrokkene het verkeerslicht is gepasseerd. Ook uit de in het zaaksoverzicht opgenomen verklaring blijkt niet dat betrokkene het rode licht is gepasseerd. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de beslissing te vernietigen en het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. De zittingsvertegenwoordiger heeft daartoe aangevoerd dat er wel een machtiging aanwezig is, maar dat inhoudelijk op de foto’s in het dossier te zien is dat de achterband op de streep staat. Hierdoor kon er op kenteken geflitst worden en kan de gedraging voldoende worden vastgesteld.

Overwegingen

Ontvankelijkheid beroep bij de officier van justitieIemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
De rechtbank constateert dat er een geldige machtiging in het dossier zit. De officier van justitie heeft het beroep dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing gegrond is en dat die beslissing moet worden vernietigd.
InhoudelijkUitgangspunt is dat in het algemeen van een bestuurder mag worden verwacht dat hij te allen tijde in staat is het voertuig tijdig en op een verantwoorde wijze voor een verkeerslicht tot stilstand te brengen. Van een bestuurder mag men immers verwachten dat hij anticipeert op een naderend verkeerslicht en zijn snelheid zodanig aanpast dat tijdig kan worden gestopt. Indien een driekleurig verkeerslicht geel licht uitstraalt, houdt dit in beginsel in dat moet worden gestopt. Slechts indien men het verkeerslicht zo dicht genaderd is dat stoppen niet meer mogelijk is, mag men doorrijden. Uit de databalk bij de foto’s blijkt dat het licht eerst 3,0 seconden geel licht heeft uitgestraald. Als betrokkene niet tijdig kan stoppen voor het geel uitstralend verkeerslicht heeft betrokkene onvoldoende geanticipeerd op het verkeerslicht. Hierdoor heeft hij zichzelf in de situatie gebracht waarin hij meende niet anders te kunnen dan door te rijden. Als betrokkene bij geel licht doorrijdt terwijl hij diende te stoppen, heeft hij het risico aanvaard dat het verkeerslicht nog gedurende deze manoeuvre rood licht zou gaan uitstralen.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 22 juni 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim een week overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Daarbij wordt de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toegepast, nu de matiging uitsluitend het gevolg is van overschrijding van de redelijke termijn (zie ECLI:NL:HR:2023:1526). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- =
€ 226,75
totaal € 226,75
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 210,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 70,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 226,75.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. J.T. Jonker, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending:

Voetnoten

1.Artikel 8:42, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht.
2.Artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.