Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 9 juni 2023 te Roosendaal. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij hij ontkende de overtreding te hebben begaan en betwistte dat op de foto’s het voertuig daadwerkelijk het rode licht was gepasseerd.
De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens vermeend ontbreken van een geldige machtiging, maar de rechtbank stelde vast dat een geldige machtiging aanwezig was en vernietigde deze beslissing. De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat omdat uit de foto’s blijkt dat de achterband van het voertuig op de streep stond, waardoor de overtreding voldoende is vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat een bestuurder geacht wordt te anticiperen op verkeerslichten en tijdig te stoppen bij geel licht. Betrokkene had onvoldoende geanticipeerd, waardoor het risico werd aanvaard dat het licht rood zou worden tijdens het doorrijden.
De redelijke termijn van twee jaar voor behandeling van de zaak was met ruim een week overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De boete werd gematigd tot € 210,- plus € 9 administratiekosten, en de officier van justitie werd opgedragen € 70,- teveel betaalde zekerheid terug te betalen aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.