Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
(gemachtigde: [gemachtigde] )
1.Inleiding
Feiten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €280.000 per 1 januari 2022, en tegen de aanslag onroerendezaakbelasting van 2023. De heffingsambtenaar had een informatiebeschikking opgelegd nadat belanghebbende niet had voldaan aan een verzoek om aanvullende gegevens over de woning.
De rechtbank beoordeelt dat de informatiebeschikking onherroepelijk is geworden en dat daardoor de bewijslast is omgekeerd en verzwaard. Dit betekent dat belanghebbende moet aantonen dat de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Belanghebbende heeft echter onvoldoende bewijs aangeleverd om dit te onderbouwen.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde terecht is vastgesteld en dat het beroep ongegrond is. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Steijn en griffier Bukkems op 22 augustus 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.