Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
(gemachtigde: [gemachtigde], verbonden aan [financieel adviseur])
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kap-woning die door de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk is gewaardeerd op €445.000 per 31 januari 2022. Tegen deze vaststelling en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat is afgewezen. Vervolgens is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De heffingsambtenaar heeft belanghebbende verzocht om aanvullende informatie over de staat van de woning, maar deze informatie is niet verstrekt. Daarom is een informatiebeschikking opgelegd, die onherroepelijk is geworden, met als gevolg een omkering en verzwaring van de bewijslast ten nadele van belanghebbende. De rechtbank oordeelt dat deze bewijslastverzwaring proportioneel is, omdat de gevraagde informatie relevant was voor de waardebepaling.
Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs aangeleverd om aan te tonen dat de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. De rechtbank concludeert dat de waarde van €445.000 terecht is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.