ECLI:NL:RBZWB:2025:5712
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde woning nabij N-weg, spoor en windmolens
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1920 met een woonoppervlakte van 142 m2 en een perceel van 2.415 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €394.000 en legde tevens de aanslag OZB 2024 op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en stelde dat vanwege de ligging nabij een drukke N-weg, spoor en windmolens een waardecorrectie van 20% op het perceel moest worden toegepast.
De rechtbank beoordeelde de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen die binnen een jaar rondom de waardepeildatum waren verkocht. Deze referentiewoningen lagen ook nabij N-wegen, zij het met minder rijstroken en op kortere afstand dan de woning van belanghebbende. De rechtbank achtte de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en concludeerde dat de overlast door de ligging reeds in de waarde was verdisconteerd, mede door een dikke boomomheining rondom de woning.
Verder stelde belanghebbende dat het spoor en de windmolens overlast veroorzaakten. Uit de verklaring bleek dat het spoor slechts twee keer per dag door goederentreinen werd gebruikt en de dichtstbijzijnde windmolen op 560 meter afstand stond. De rechtbank zag geen aanleiding voor een waardecorrectie op basis van deze factoren.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De WOZ-waarde en de aanslag OZB voor 2024 blijven gehandhaafd. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €394.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.