Uitspraak
1.[gedaagde 1],
[bewindvoerder 1], in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde 1],
[bewindvoerder 2], in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde 1],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Stichting Woonwagenbeheer Zuid-West Nederland vordert ontbinding van de huurovereenkomst van een woonwagenstandplaats die door [gedaagde 1] werd gehuurd. De vordering is gebaseerd op de vondst van een handelshoeveelheid harddrugs en productieapparatuur in de woonwagen en berging, alsmede een huurachterstand.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde 1] onder bewind staat en dat de bewindvoerders formeel de procespartij zijn. De huurachterstand wordt erkend en vastgesteld op € 440,29 tot 14 juli 2025. De aanwezigheid van drugs en materialen voor productie, aangetroffen tijdens een politieonderzoek waarbij een gijzeling plaatsvond, vormt een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst.
De stelling van [gedaagde 1] dat hij niet betrokken was en slachtoffer is van een plan om de standplaats te ontruimen wordt niet geloofd. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat de belangen van de Stichting bij ontbinding en ontruiming zwaarder wegen dan het belang van [gedaagde 1]. De kinderen van [gedaagde 1] verblijven niet in de woonwagen, waardoor hun belangen niet meewegen.
De kantonrechter wijst de ontbinding toe, beveelt ontruiming binnen 14 dagen en veroordeelt de bewindvoerders tot betaling van de huurachterstand, de lopende huur en de proceskosten. De vorderingen tegen [gedaagde 1] zelf worden niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerders worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand en proceskosten.