Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een beslissing van het UWV over zijn recht op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op dit bezwaar gereageerd. Eiser stelde het UWV vervolgens in gebreke, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Hoewel het UWV aangeeft meer tijd nodig te hebben vanwege een onderzoek door een verzekeringsarts en wachttijden, acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk voor een zorgvuldige besluitvorming.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €15.000. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 28 augustus 2025.