Eiseres heeft bij het UWV een aanvraag tot herbeoordeling van haar ex-werknemer ingediend op 6 mei 2024. Het UWV heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks ingebrekestelling op 1 mei 2025. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen.
De rechtbank houdt rekening met het tekort aan verzekeringsartsen als reden voor de vertraging, maar acht een termijn van vier maanden passend om een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Omdat het UWV reeds een dwangsombeslissing heeft genomen, stelt de rechtbank de dwangsom niet zelf vast. Verder veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht van €385 en proceskosten van €453,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 augustus 2025.