ECLI:NL:RBZWB:2025:579

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
6 februari 2025
Zaaknummer
C/02/424807 / HA ZA 24-399 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Vermariën
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 lid 4 RvArt. 93 onder c RvArt. 216 RvArt. 8 lid 4 WGBZ
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing gemengde overeenkomst aanneming en consumentenkoop naar kantonrechter

In deze civiele procedure bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betreft het een geschil over een gemengde overeenkomst die elementen van aanneming van werk en consumentenkoop bevat. De rechtbank heeft partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over het voornemen om de zaak te verwijzen naar de kantonrechter wegens de gemengde aard van de overeenkomst.

Partijen hebben zich bij akte gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, waarna de rechtbank heeft besloten de hoofdzaak en de vrijwaringsprocedure te verwijzen naar de kantonrechter te Breda. Dit volgt uit de toepasselijke procesregels die bepalen dat de vrijwaringsprocedure gelijktijdig met de hoofdzaak door dezelfde rechter moet worden behandeld.

De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat zij niet hoeven te verschijnen bij de rolzitting van de kantonrechter en dat zij in de vervolgprocedure ook zonder advocaat kunnen optreden. Tevens is toegezegd dat het teveel betaalde griffierecht zal worden terugbetaald conform de wettelijke bepalingen.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak en de vrijwaringsprocedure naar de kantonrechter te Breda voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/424807 / HA ZA 24-399 en C/02/429683 / HA ZA 24-697
vonnis van 5 februari 2025
in de zaak van

1.[naam 1] ,

wonende te [plaats 1] ,
2.
[naam 2],
wonende te [plaats 1] ,
eisers in de hoofdzaak,
advocaat mr. P.J.A. Plattel te Arnhem,
tegen

1.[naam 3] ,

2.
[naam 4],
beiden wonende te [plaats 2] ,
3. de vennootschap onder firma
DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [VOF],
gevestigd te [plaats 2] ,
gedaagden in de hoofdzaak,
advocaat mr. J. van Boekel te Tilburg,
en in de zaak van
1. de vennootschap onder firma
DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [VOF],
gevestigd te [plaats 2] ,
2.
[naam 3],
3.
[naam 4],
beiden wonende te [plaats 2] ,
eisers in vrijwaring,
advocaat mr. J. van Boekel te Tilburg,
tegen
de besloten vennootschap
TILLOWHITE B.V. T.H.O.D.N. THE REAL DUTCH FLOOR,
gevestigd te Oss,
gedaagde in vrijwaring,
advocaat mr. M.H. den Otter te Breda.
Partijen zullen hierna [partij 1] , [partij 2] en Tillowhite genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure
In zaaknummer C/02/424807 / HA ZA 24-399 blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 8 januari 2025 met de daarin genoemde stukken;
  • de akte van [partij 1] van 22 januari 2025;
  • de akte van [partij 2] van 22 januari 2025.
In zaaknummer C/02/429683 / HA ZA 24-697 blijkt uit:
- de dagvaarding in vrijwaring van 11 december 2025.

2.De verdere beoordeling

In zaaknummer C/02/424807 / HA ZA 24-399

2.1.
Bij vonnis van 8 januari 2025 zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de rechtbank de zaak te verwijzen naar de kantonrechter, omdat sprake lijkt te zijn van een gemengde overeenkomst van aanneming van werk en van consumentenkoop.
2.2.
Bij akte hebben beide partijen zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zodat de rechtbank de zaak zal verwijzen naar de kantonrechter te Breda zoals hierna bepaald.
In zaaknummer C/02/429683 / HA ZA 24-697
2.3.
Omdat de hoofdzaak verwezen wordt naar de kantonrechter, dient ook de vordering in de vrijwaring door de kantonrechter te worden behandeld en beslist (artikel 94 lid 4 Rv Pro en artikel 93 onder Pro c Rv, in samenhang met artikel 216 Rv Pro). De procedure in de vrijwaringszaak zal daarom eveneens worden verwezen naar de kantonrechter te Breda.

3.De beslissing

De rechtbank
In zaaknummers C/02/424807 / HA ZA 24-399 en C/02/429683 / HA ZA 24-697
3.1.
verwijst beide zaken in de stand waarin deze zich thans bevinden, naar de rolzitting van team Civiel recht, Cluster I Civiele kantonzaken, locatie Breda, op
woensdag 12 februari 2025 te 10:00 uur,
3.2.
wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedures zullen voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,
3.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedures niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.4.
wijst partijen erop dat het in deze procedures geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ Pro zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025. [1]

Voetnoten

1.type: sdk