ECLI:NL:RBZWB:2025:5792
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing Ziektewet-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een Ziektewet-uitkering door het UWV. Het primaire besluit van 3 maart 2025 en het bezwaarbesluit van 30 juni 2025 wezen het verzoek af. Verzoeker stelt dat hij zonder uitkering niet in zijn levensonderhoud kan voorzien en dat zijn bijstandsuitkering structureel onder de norm ligt, waardoor hij in financiële en gezondheidsproblemen verkeert.
De voorzieningenrechter heeft verzoeker verzocht zijn spoedeisend belang nader te onderbouwen met een overzicht van zijn financiële situatie en uitleg over de verlaging van zijn bijstandsuitkering. Verzoeker gaf aan dat zijn bijstandsuitkering met 10% was verlaagd, maar dat deze verlaging per 18 februari 2025 zou vervallen en nabetaling zou plaatsvinden. Hij verklaarde ook dat hij tijdelijk zonder inkomen zat en leefde van geleend geld.
Desondanks heeft verzoeker onvoldoende concrete gegevens overlegd waaruit een acute financiële noodsituatie blijkt. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker maandelijks een bijstandsuitkering ontvangt en dat het ontbreken van een spoedeisend belang betekent dat een voorlopige voorziening niet wordt toegekend. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.