ECLI:NL:RBZWB:2025:5798
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende is eigenaar van een rijwoning met een gebruiksoppervlakte van 40 m2. De heffingsambtenaar van de gemeente Veere heeft bij beschikking de WOZ-waarde van deze woning op 1 januari 2023 vastgesteld op €157.000 en tegelijkertijd de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze vaststelling, stellende dat de waarde te hoog is, maar heeft geen alternatieve waarde voorgesteld. De heffingsambtenaar heeft de vastgestelde waarde verdedigd met onder meer het aankoopbedrag van de woning in oktober 2020, geïndexeerd naar de waardepeildatum, en vergelijkingen met recente verkopen van soortgelijke recreatiewoningen op hetzelfde park.
De rechtbank heeft het beroep op zitting behandeld, waarbij belanghebbende niet is verschenen ondanks correcte uitnodiging. De rechtbank heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De aangehaalde vergelijkingen en de recente verkoop van een vergelijkbare woning op hetzelfde park ondersteunen dit oordeel.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor de beschikking en de aanslag OZB in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde en aanslag blijven gehandhaafd.