ECLI:NL:RBZWB:2025:5799
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning Middelburg
Belanghebbende is eigenaar van een geschakelde woning uit 2005 in Middelburg met een woonoppervlakte van 164 m² en een perceel van 223 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €519.000, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en een lagere waarde van €485.000 bepleitte.
De rechtbank toetst of de waarde en daarmee de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de omgeving zijn gebruikt. Een van de referentiewoningen is echter uitgesloten vanwege een te vroege verkoopdatum, maar de overige referentiewoningen zijn voldoende vergelijkbaar en correct gecorrigeerd.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld. De onderbouwing met een taxatiematrix en de gehanteerde vergelijkingsmethode zijn voldoende. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, waardoor de beschikking en aanslag in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Ponds op 27 augustus 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.