ECLI:NL:RBZWB:2025:5803
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar per 10 januari 2024 geen WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het UWV baseerde dit besluit op medische rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige die de beperkingen en belastbaarheid van eiseres vaststelden.
De rechtbank heeft het medisch onderzoek en de vastgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 20 september 2024 beoordeeld. Hoewel eiseres stelde dat haar fysieke en psychische beperkingen, waaronder fibromyalgie en een depressieve stoornis, zijn onderschat, oordeelde de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet zijn onderschat. De rechtbank volgde de verzekeringsarts b&b in zijn oordeel dat er geen aanleiding was voor een urenbeperking op energetische of preventieve gronden.
De arbeidsdeskundige stelde dat de functies inpakker, lader/losser en medewerker tuinbouw passend waren binnen de belastbaarheid van eiseres. De rechtbank vond geen reden om aan deze geschiktheid te twijfelen. Op basis van de verdiencapaciteit in deze functies stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 23,88%, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering per 10 januari 2024. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering per 10 januari 2024.