ECLI:NL:RBZWB:2025:5806
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening inkomen en weigering WW-uitkering december 2024
Eiser ontvangt een WW-uitkering en heeft daarnaast inkomen uit arbeid bij een werkgever die het loon per vier weken opgeeft aan de Belastingdienst. Het UWV heeft vastgesteld dat het totale inkomen van eiser in december 2024 hoger was dan 87,5% van zijn WW-maandloon, waardoor hij geen WW-uitkering heeft ontvangen in die maand.
Eiser betwist deze toerekening omdat het inkomen uit het tijdvak 4 november tot en met 1 december 2024 deels betrekking heeft op november, maar het UWV rekent dit inkomen toe aan december omdat het aangiftetijdvak eindigt in die maand. De rechtbank bevestigt dat dit volgens artikel 4:1, negende lid, van het Algemeen Inkomensbesluit socialezekerheidswetten correct is.
De rechtbank overweegt dat het systeem van toerekening per aangiftetijdvak kan leiden tot situaties die in het nadeel van de werknemer uitpakken, maar dat dit geen kennelijk onredelijk resultaat oplevert. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de WW-uitkering over december 2024 geweigerd.