Op 10 april 2024 heeft verdachte een minderjarige mishandeld door hem met gebalde vuist in het gezicht te slaan bij een drukbezochte supermarkt in Tilburg. De herkenning van verdachte op camerabeelden door een wijkagent werd door de rechtbank als betrouwbaar beoordeeld, ondanks ontkenning van verdachte en zijn raadsman.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Verdachte heeft een strafblad met soortgelijke feiten en vertoont ernstige persoonlijke problemen, waaronder schizofrenie en zorgmijdend gedrag. De reclassering adviseerde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel om gedragsverandering te bewerkstelligen en recidive te voorkomen.
De rechtbank legde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar op. De vordering van de benadeelde partij tot immateriële schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete onderbouwing. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd afgewezen vanwege de opgelegde ISD-maatregel.