De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 augustus 2025 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige seksuele handelingen met een destijds veertienjarige. De feiten vonden plaats tussen 1 augustus en 1 oktober 2023. Verdachte heeft meerdere keren seksuele handelingen verricht, waaronder seksueel binnendringen, met het slachtoffer.
De rechtbank achtte de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar en stelde vast dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Ondanks het verweer van de verdediging dat er sprake was van gelijkwaardigheid en vrijwilligheid, oordeelde de rechtbank dat het grote leeftijdsverschil van achtendertig jaar en de kwetsbare positie van het slachtoffer het ontuchtige karakter van de handelingen bevestigen.
De strafoplegging resulteerde in een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een contactverbod met het slachtoffer opgelegd. De rechtbank kende het slachtoffer een immateriële schadevergoeding toe van €5.000, vermeerderd met wettelijke rente, en legde een schadevergoedingsmaatregel op met gijzeling bij niet-betaling.
De rechtbank hield rekening met het ontbreken van een strafblad en het advies van de reclassering, maar vond de ernst van de feiten zwaarder wegen dan de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.