Laurentius vordert ontruiming van een woning die sinds 2016 wordt verhuurd aan [rechthebbende], wegens ernstige en aanhoudende vervuiling die schade veroorzaakt aan het gehuurde. De kantonrechter stelt vast dat de woning al in 2023 professioneel is gereinigd, maar dat de vervuiling opnieuw is opgetreden en voortduurt. Diverse partijen, waaronder een rioolbedrijf en aannemer, weigeren werkzaamheden zolang de woning in deze staat verkeert.
De bewindvoerders van [rechthebbende] voeren verweer en verzoeken om niet-ontvankelijkheid of afwijzing van de vordering, en bij toewijzing een ontruimingstermijn van zes maanden. De kantonrechter oordeelt dat de ernstige vervuiling en de schade aan de woning een spoedeisend belang vormen en dat de huurder ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen. Er is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden.
De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van één week na betekening. De vordering tot betaling van huur vanaf september 2025 wordt afgewezen omdat het om toekomstige huur gaat en onvoldoende is gesteld dat deze niet betaald zal worden. De bewindvoerders worden veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.