ECLI:NL:RBZWB:2025:59
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning Tilburg
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Tilburg, met een waardepeildatum van 1 januari 2022, vastgesteld op €288.000. Tevens is beroep gedaan tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) die hierop is gebaseerd. De rechtbank heeft de zaak op 4 december 2024 behandeld en beoordeelt of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld.
De heffingsambtenaar heeft de waarde bepaald via de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de nabijheid en met vergelijkbare kenmerken zijn gebruikt. De rechtbank acht deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en vindt dat de heffingsambtenaar op transparante wijze rekening heeft gehouden met verschillen, zoals onderhoud, voorzieningen en perceelsafwijkingen.
Belanghebbende voerde aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde keuken en badkamer, de aftrek voor de brandgang en het matige duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank volgt deze argumenten niet, omdat de heffingsambtenaar hiervoor negatieve correcties heeft toegepast en het duurzaamheidsniveau passend is verdisconteerd.
De rechtbank wijst ook het betoog af dat de geïndexeerde waarden van referentiewoningen niet hoger mogen zijn dan hun WOZ-waarden, omdat dit niet strookt met de wettelijke systematiek. Gezien deze overwegingen wordt het beroep ongegrond verklaard, blijft de WOZ-waarde gehandhaafd en wordt de aanslag OZB bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €288.000 blijft gehandhaafd.